
Wet privatisering Spoorwegpensioenfonds
Artikel 5
1
De belanghebbende verkrijgt op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet aanspraken jegens de Stichting Spoorwegpensioenfonds die in totaliteit gelijkwaardig zijn aan het uitzicht of het recht op pensioen dat hij ontleent aan de Spoorwegpensioenwet, voor zover in artikel 8 niet anders wordt bepaald.
2
De belanghebbende verkrijgt de in het eerste lid bedoelde aanspraken jegens de Stichting Spoorwegpensioenfonds.
3
Het bestuur van de Stichting Spoorwegpensioenfonds verstrekt aan degene die op de dag voorafgaande aan het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet deelgenoot is een schriftelijke opgave van het uit hoofde van zijn dienstbetrekking opgebouwde uitzicht op pensioen ingevolge de Spoorwegpensioenwet. Deze opgave bevat de voor het pensioen geldende diensttijd alsmede de laatste twee berekeningsgrondslagen die zou zijn gehanteerd indien aan hem pensioen zou zijn verleend op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet.
4
De belanghebbende kan binnen twee maanden na de dag waarop de in het derde lid bedoelde opgave door hem is ontvangen, schriftelijk bezwaar aantekenen bij het bestuur van de Stichting Spoorwegpensioenfonds. Indien hij niet binnen de gestelde termijn reageert, wordt hij aangemerkt als een belanghebbende die heeft ingestemd met de opgave.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.